|
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
| |
|||||||||||||
|
woensdag 25 april 2007 Bijdrage van GroenLinks beleidsdebat wonen. Geachte raadsleden, hierbij de bijdrage van GroenLinks ten behoeve van het beleidsdebat wonen. Met vriendelijke groet, Bijdrage discussie beleidsdebat wonen 25 april 2007 Voor ons liggen een groot aantal stukken om uit te putten. De verleiding is groot op veel onderwerpen in te gaan, om zo het hele beleidsveld en uitvoeringspraktijk van het wonen te bestrijken. Deze verleiding wil ik weerstaan. Hoewel die zeker ook voor mijn fractie en mij persoonlijk groot is. Getuige mijn betrokkenheid bij het onderzoek Barten Noord, de hearing Boschveld, en als lid van de rekenkamercommissie bij het onderzoek naar het Woonbeleid ’s-Hertogenbosch. Het stellen van nieuwe vragen en aandragen van nieuwe onderwerpen komt een ordelijk en gericht debat niet ten goede. Niet voor niets hebben we uit ons midden een voorbereidingscommissie benoemd om voor ons de vragen heeft uitgezeefd uit de vele, vele, die er te stellen zijn. Laat ons recht doen aan het werk dat voor ons gedaan is door onze collega’s. Ik beantwoord de drie vragen en benoem enkele thema’s die volgens ons moeten leiden tot het toetsingskader van het nieuwe woonbeleid. De verleiding bestaat om op al deze zaken te willen sturen. Ik zou er voor willen pleiten om af te stappen van de focus van deze raad op de differentiatie per bouwplan en jaarproductie. Ik bedoel daarmee dit: als raad stellen we een wenselijke woningvoorraad achten waaronder een robuuste kernvoorraad. Volgens weten we in grote lijnen al wat de gewenste voorraad is. Het college doet daar in zijn discussienotitie wat suggesties voor. In plaats van de differentiatie per bouwplan stel ik voor te gaan monitoren per wijk. Voor uitleglocaties vindt mijn fractie dat minimaal 25% sociaal de nieuwe norm moet zijn (was 20%). Maar voor de bestaande wijken moeten wij herdifferentiëren: meer koop waar veel huur is, meer goedkope woningen waar nu vooral dure koop is. Dat kan door inbreiden, verkoop en aankoop!! Hiervoor zijn geen absolute opgaven te stellen, maar de consequentie van alle kleine beslissingen als inbreiding, onderhoud, sloop, en niet te vergeten het huurbeleid mag niet leiden tot wijken met een eenzijdiger woningaanbod. In tegendeel meer menging dient de opgave te zijn. Sturen op voorraad en gemengde buurten in plaats van op bouwplan en jaarproductie geeft onmiddellijk de beoogde flexibiliteit. Meer vrijheid voor het college en bouwers om te schuiven binnen en over plannen. Maar sturing en controle op woningvoorraad en de directe woonomgeving. Minder kortademigheid, meer grote lijnen. Voor GroenLinks zijn de contouren van de stad gegeven (na voltooiing van de Groote Wielen). Op alle plaatsen stuit de stad op waardevol groen. Hier zijn niet alleen ecologische waarden in het geding, het wonen in de stad is aangenaam door het groen: van Bossche Broek tot de Koornwaard, van Moerputten tot Sprokkelbosch. Van Kloosterstraat tot de polder van Bokhoven. Van de Gement tot de Uiterwaarden van de Maas Kiezen voor de kracht van de stad betekent voor GroenLinks dat we het binnen de stad met elkaar moeten doen. Daar ligt de opgave: om buurten te verbeteren en te verdichten, te verrijken. Daar moet de energie in gaan en niet in een te veraf gelegen nieuwe woonwijk, die dan achter de Groote Wielen zou moeten liggen. Kan dat concurreren met de dorpen? Is dat nog stad? Wordt dat wat? Onze stad verkeert in de luxe positie dat alles wat we bouwen zal worden afgenomen. Maar we moeten ons niet laten verleiden. We moeten kwaliteit toevoegen aan wat we hebben, geen snelle bouw aan de rand. Want dat zal de stad uit evenwicht brengen. Na 2010 zal de woningopgave omlaag moeten. Het is ook een lastige discussie omdat er in het verleden nogal eens gezegd is: ‘we weten dat we het niet halen, maar we zetten toch in op – toen 1000 – woningen, om onze ambitie te tonen.’ Dat geeft dan nu, als ongewilde erfenis, de vraag: 1200 woningen, is dat serieus, of wil het college ambitie tonen? Wij begrijpen en zijn er mee eens dat met name in het sociale segment een inhaalslag gemaakt wordt de komende periode. Met het ingezette beleid is dat realistisch en gewenst. Maar wij begrijpen niet goed waarom het college voor de periode erna de hoogste prognoses gebruikt voor bevolkingsaanwas en dus hoge woningbouwaantallen. Dat kan ze doen om we (kortstondig wellicht) in een gouden regio liggen. Alles wat we bouwen wordt afgenomen, vaak door migratie. Maar waarom zouden we dat willen? Liever een behoedzaam gegroeide stad, die klaar is voor de toekomst. Dan een ongebreidelde stad. Peter van Doremalen. Post een reactie
|
|
||||||||||||
Reacties