Hoofdinfra 4
Alle fracties was gevraagd een stelling en een vraag in te leveren ten behoeve van het debat van morgenavond. Zie onder meer lezen.
STELLING
Deze nota maakt grotendeels de juiste keuzes om de autoluwe binnenstad te realiseren, maar de keus voor snelle autoverbindingen door de rest van stad zal het autogebruik aanjagen. Eerst investeren in openbaar vervoer en fiets leidt tot een leefbare, veilige en bereikbare stad voor iedereen, en draagt bij aan het klimaatbeleid.
Toelichting
In de nota ontbreken naast een visie (wat wil het college met mobiliteitsgedrag; vraag en aanbod van mobiliteit) een aantal belangrijke doelstellingen (klimaatbeleid, leefbaarheid van de wijken, stimuleren ov en fiets, veiligheid) Daardoor wordt te snel gekozen voor het optimaal faciliteren van de auto. Niet iedereen heeft een auto. De autoaantrekkende werking van nieuwe infrastructuur en daarmee nieuwe knelpunten wordt onderschat.
GroenLinks verwacht grote fianciële en maatschappelijke problemen bij de realisatie van de 15 projecten op pagina 106. Bijvoorbeeld: doorsteek Orthen, verbreden Lagelandstraat en Grobbendoncklaan, doorbraken rond de Lambooybrug, knooppunt Station Oost et cetera. Polemisch gezegd: wat we in de jaren zestig niet in de binnenstad wilden moeten we nu niet in de rest van de stad gaan doen.
VRAAG
Is de commissie het met GroenLinks eens dat een evenwichtige keuze voor investeringen in nieuwe infrastructuur pas mogelijk is nadat de andere mogelijkheden zijn benut om tegemoet te komen aan de lokale, regionale en buiten-regionale mobiliteitsvraag.
Toelichting
Een optimale mobiliteit binnen de stad in lang niet altijd gebaat bij investeringen in infrastructuur. En staat deze vaak zelfs in de weg. Het is veel goedkoper te bekijken of er slimme en goedkopere oplossingen zijn om op tijden en plaatsen de mobiliteit te geleiden. Parijs heeft zijn metro, Londen zijn stadstol, Hasselt gratis bussen. Houten is fieststad. ’s-Hertogenbosch heeft zijn transferiums. Voor de verbinding Grote Wielen en Avenue 2 – Staion - Paleiskwartier en Jeroen Bosch Ziekenhuis zouden we als alternatief voor de auto moeten durven denken over een vorm van lightrail/tram.
In het denken over mobiliteit is de Zevensprong van Verdaas geïntroduceerd. Pas als zevende stap is daar nieuwe infrastructuur aan de orde.
“Prioritering van maatregelen (vraag en aanbod): de Zevensprong van Verdaas
In de zoektocht naar een samenhangende aanpak van de regionale bereikbaarheidsopgaven wordt de ‘zevensprong van Verdaas’ als structurerend principe gebruikt bij het samenstellen van maatregelenpakketten.
1. Een ruimtelijke visie en programma.
2. Anders betalen voor mobiliteit.
3. De mogelijkheden van mobiliteitsmanagement.
4. Een optimalisatie van het openbaar vervoer.
5. De mogelijkheden van benutting.
6. Aanpassingen van bestaande infrastructuur.
7. Een onderbouwing van de noodzaak tot nieuwe infrastructuur.
De zevensprong gaat uit van een prioritering van vraag en aanbod. Eerst wordt ingezet op het beïnvloeden van de vraag alvorens maatregelen gericht op het vergroten van het aanbod aan de orde komen. Het uitbreiden of aanleggen van infrastructuur is daarbij nadrukkelijk als laatste stap genoemd. Mobiliteitsmanagement heeft een prominente plaats in de zevensprong van Verdaas, het verkennen van mogelijkheden voor MM staat hoog op deze prioriteitenlijst. “
Uit: Ketenbenadering in de Netwerkaanpak. Ministerie van Verkeer en Waterstaat: 19 juni 2007
Gepost door: Peter om 14:59
|
TrackBack
Peter, ik ben maar zo vrij om mijn inspraak van gisteravond in te pluggen. Ik hoop je vanavond nog te spreken, arie
19 september 2007. Inspraak over de Koersnota
Het moet voor de afdelingen binnen de gemeente, die de Koersnota hebben geschreven, een grote teleurstelling zijn geweest dat de drie deskundigen die we hier op 6 september gehoord hebben, zich zo kritisch uitlieten over de Koersnota. Als troost kan ik hier toevoegen dat hun kritiek zeer opbouwend en leerzaam is geweest.
Want hun inbreng betekent welliswaar extra werk, maar vooral ook, voortschrijdend inzicht. De deskundigen brachten een breed scala van goede suggesties aan. Ik kan ze alleen maar dankbaar zijn dat ze op de noodzakelijke verbreding en verdieping gewezen hebben. En op de valkuilen hebben gewezen in de koersnota. Kwaliteit vraagt al snel om meerwerk, helaas, maar noodzakelijk.
Op 15 augustus hebben we u een notitie overhandigd met de titel: hoe bereiken we onze doelen wél. Omdat de Koersnota zelf aan aangeeft dat de doelen die ze stellen niet gehaald zullen worden. Met eveneens een heleboel suggesties. En ik voel me door de drie deskundigen heel erg gesterkt in de opvattingen die in die notitie gemaakt zijn. Het is geen kunst om auto te rijden het is juist de kunst om hem (in de stad) niet te rijden. Het enorme comfort dat de auto biedt maakt hem al te verleidelijk maar, om zijn vervuiling, ongewenst.
Ik heb de motie van de VVD fractie van 8 nov. 2005 er nog eens bijgepakt, want daar verwees wethouder Eigeman naar tijdens het symposium toen hij opmerkte dat de Koersnota bracht wat de raad gevraagd had. De motie luidde : in een totaalplan infrastructuur voor de gehele gemeente een analyse van knelpunten te maken en tevens aan te geven hoe die het beste kunnen worden opgelost, daarbij rekening houdend met de leefbaarheid, volksgezondheid en milieu.
Welnu de Koersnota is geen antwoord op deze brede probleemstelling – want erg technisch autogericht (Lars Lutje Schipholt) en mevr. Spapé vindt zelfs dat het leefbaarheidsaspect ontbreekt.
Dat klinkt als een gotspe want leefbaarheid is zelfs een doelstelling in de nota. Walraad daarentegen meent dat de leefbaarheid er wel in zit maar …….de veiligheid ontbreekt.
Maar veiligheid, meneer de voorzitter, is toch ook gewoon een onderdeel van leefbaarheid?
Kortom als je je begrippen niet uiterst zorgvuldig definieert ga je langs elkaar heenpraten.
En dat gebeurde wel af en toe: de Koersnota ontbeert een begrippenapparaat en dat wreekt zich natuurlijk.
Over één zaak is door de deskundigen niet gerept: het technische aspect, de 14 concreet uit te voeren infrastructurele werken die opgesomd zijn in de nota. Dat storten van asfalt is niet zo ingewikkeld want aan grootaannemer Heijmans heb je daarbij een enorme steun. Die voert deze klus met genoegen uit. Daar zit het manco van deze nota dan ook niet. Maar de pijn van de nota zit in de woorden van alle drie deskundigen:
Walraad en Lutje Schipholt : het menselijke gedrag, lees hier de verleidelijkheid om te auto te nemen, ontbreekt teveel en daarmee de beoogde duurzaamheid.
Of Ineke Spapé over ons menselijk gedrag: als doorstroomassen vastlopen zal er worden geslopen door woonwijken en ……als het rustig is op de doorstroomassen dan zal snelverkeer van de A2 en de A59 gaan sluipen om de snelwegen te mijden.
Want doorstroomassen stromen niet door, nee, die slibben dicht. Doorstroomassen is een wishfullthinking woord het zijn dichtslibassen of vastloopassen. De nota ademt meteen een anders sfeer uit als het woord doorstroomassen vervangen zou worden door dichtslibassen.
Daarmee gaf mevrouw Spapé ook direct antwoord op uw vraag over de gevolgen van de koersnota voor de wijkwegen: woonwijken krijgen sluipverkeer.
Wat wij anno 2007 niet meer zouden moeten willen is een groei van het autonome autoverkeer binnen onze stad met 25 tot 111% . Waarbij volgens de Koersnota de oude stad autoluwer moet worden door er een kring van parkeergarages om te hangen met dichtslibassen er naar toe.
Er heerst een grote angst bij de Bossche winkeliers en middenstanders dat het weren van de auto gepaard gaat met omzetverlies. Het moet voor de middenstand en de zakenmensen in de stad een opluchting gegeven hebben toen de deskundige opmerkte dat de fietser per saldo meer uitgeeft dan een autogebruiker. Hun angst voor vermindering van omzet door verminderde automobiliteitsmogelijkheden werd in een keer weggenomen.
Ik citeer uit de nieuwste Milieubalans 2007 van het Milieu en Natuurplanbureau: De afgelopem jaren is veel vooruitgang geboekt op milieugebied……..deze successen zijn vooral te danken aan technologische maatregelen en niet aan de veranderingen in het gedrag van consumenten. Het particuliere energiegebruik neemt toe doordat mensen meer reizen en meer elektische apparaten gebruiken. Automobilisten kopen steeds grotere en zwaardere auto’s en rijden daar meer mee. Alleen al het woon-werkverkeer is tussen 1996 en 2006 met ruim 25% gestegen.
Er is een groeiende draagvlak voor milieumaatregelen maar alleen als dat voor ieder gaat gelden, want anders voelt de automobilist of ieder ander die zijn auto laat staan zich gekke henkie of een te brave hendrik: De consument vraagt nadrukkelijk regie van u, van u als overheid. Want u bent de overheid.
U droeg, als raad, afgelopen juni in een motie, het college op, om een uitvoeringsplan te maken ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen waarvoor ook middelen gereserveerd moeten worden. Maar u bent nu zelf aan zet met deze Koersnota: niet het college maar u. Grijp je kans .
Mogen we wat minder lawaai dan de wet maximaal toelaat?
Mogen we wat minder fijnstof dan de wet maximaal toelaat?
Mogen we wat minder CO2 en wat meer Al Gore?
Hoe kunnen we de doelen van de Koersnota wel halen?
• Zorg dat de emissie van broeikasgas niet meer toeneemt. Dat is verre van klimaatneutraal maar toch. Zorg dat het aantal auto/motorvoertuigbewegingen, binnen de Ruit, vanaf heden, gelijk blijft. De reductie van de emissies is dan nul. Maar de toename van de emissie is stopgezet. Op de Ruit of vanaf de Ruit en binnen de Ruit kunnen en moeten wel schonere vormen van vervoer ingezet worden. De Ruit wordt gevormd door de A2/A59/Rand- en Vlijmense weg .
• ( Het zou kunnen dat dit middel vervolgens, minder en andere, infrastructurele ingrepen gaat vragen, dan die genoemd zijn in de Koersnota)
• Een uitdagend scenario is aanhaken bij de recent gekozen, landelijke reductie van 30% minder emissie in 2020 ten opzichte van 1990. We zijn dan ook solidair. Een vertaling naar onze stad zou kunnen zijn 3% reductie per jaar als we hier in 2010 mee beginnen.
En vervolgens hebben we twee pagina’s middelen opgesomd om dat doel te bereiken. Met nog deze toevoeging. Ruimte voor de fiets en het Openbaar Vervoer is niet voldoende: u zult de regie van deze twee vormen moeten gaan voeren.
Ik besluit met uw eerste vraag: En uw eerste vraag luidde welk van de drie modellen uit de koersnota geleidt de mobiliteit op de meest duurzame wijze? Ons antwoord is dat je deze problematiek niet terug kunt brengen tot de keuze voor een model, dat is te technisch, te mechanisch, te auto.
19/9/07 Arie Bijl
Gepost door: Arie Bijl op 20 september om 20:47
Reacties