|
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
| |
|||||||||||||
|
woensdag 30 juni 2010 Antwoorden Ertveldplas En hier zijn de antwoorden op mijn vragen Ertveldplas. Uitgebreid en gedegen. Ben benieuwd naar het vervolg, maar het ziet er vertrouwenwekkend uit. Aardig om weer eens in korte tijd veel te leren over de maritieme sfeer binnen onze gemeentegrenzen. Het wordt trouwens ook tijd dat een deel van de niet gedoogde wrakkige woonboten uit het water gesleept worden. Mooi gebiedje. 22 juni 2010 In antwoord op uw bij brief van 22 mei 2010 gestelde vragen ex artikel 39 Reglement van Orde Vraag 1: Begrijpen wij uit het gezamenlijke persbericht goed dat college de intentie heeft de opslagactiviteiten in duwbakken te beëindigen en daartoe ook de juridische middelen in handen heeft? Antwoord: Wij zijn inderdaad voornemens de opslagactiviteiten te laten beëindigen. Het bestuursrechtelijk handhavingstraject is opgestart . De inrichtinghouder is op 22 mei 2010 het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom toegezonden. Op 8 juni j.l. is de definitieve aanschrijving tot het verwijderen van de duwboten door ons college vastgesteld en verzonden. De langdurige opslagactiviteit moet worden beoordeeld als een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, waarbij, nu bij de activiteit product wordt overgeslagen van ‘schip naar schip’, hiervoor een vergunningplicht geldt. De uitgevoerde activiteit is getoetst op het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. De activiteit is hiermede in strijd en ons college is niet voornemens om voor dit strijdig gebruik vrijstelling te verlenen. Een aanvraag om milieuvergunning voor de activiteit moet om die reden worden geweigerd. Het bedrijf is aangeschreven om op zo kort mogelijke termijn de illegale situatie te beëindigen. Vraag 2: Wanneer denkt u dat de bakken weg zijn? Antwoord: De duwbakken zijn uiterlijk 5 juli uit de Ertveldplas verwijderd. In samenwerking met het bedrijf is deze planning tot stand gekomen. Hierbij moet worden opgemerkt dat bij het bepalen van deze termijn alle belangen zijn gewogen. Belangrijke constatering hierin is dat uit metingen van het Waterschap is gebleken dat het zuurstofgehalte in de Ertveldplas niet verstoord is geraakt, waardoor de noodzaak tot een spoedeisend(er) optreden is komen te vervallen. Vraag 3: Bent u, onder meer naar aanleiding van meldingen en klachten van burgers en onderzoek naar toe te passen regels, ook al voor de gebeurtenissen van afgelopen week tot de conclusie gekomen dat het een ongewenste en illegale activiteit betrof? Zo ja, tot welke stappen en actie heeft deze conclusie toen geleid. Zo nee, waarom trof u die conclusie toen niet en nu wel? Antwoord: Via Melddesk zijn eerst op 28 april 2010 bij de afdeling Milieu klachten over stankoverlast ingekomen. Op deze klachten is direct gereageerd en nog dezelfde dag is door een toezichthouder van de afdeling Milieu ter plaatse een eerste onderzoek ingesteld. Bij dit controlebezoek is geen stankoverlast waargenomen. Op dat moment is al wel een begin gemaakt met nader onderzoek naar de duwbakken (eigenaar duwbakken; aard en samenstelling opgeslagen product; juridische beoordeling uitgevoerde activiteit en bevoegdheid eventueel vergunningverlenend gezag). Hierbij is ook contact opgenomen met de Provincie aangezien Bonda Veevoederbureau BV (gebruiker/ huurder van de duwboten) een provinciale inrichting is. Bij de Provincie is momenteel ook een aanvraag om uitbreiding van de milieuvergunning in behandeling. Ook op de klacht dat een van de duwboten zinkende was is direct gereageerd. Het op dat moment lopende onderzoek is daarmede in een stroomversnelling gekomen. Vraag 4: Kunt u ons nader informeren over de regels die van toepassing zijn, en wie is daarbij het bevoegde gezag? a. Aan welke regels moeten duwbakken voldoen om te mogen gebruikt als opslagcapaciteit in dit openbare water. Met name zijn vragen te stellen bij de staat van onderhoud, het feit dat ze niet verlicht waren en het ontbreken van schotten in de laadruimte voor (half)- vloeibare lading waardoor er minder stabiliteit is (klotsen) en lekkages meteen grotere gevolgen hebben. b. Hoeveel havengeld is volgens de geldende verordening verschuldigd en is dit inderdaad geheven en betaald? c. Zijn voor de opslag en overslagactiviteiten een vergunning of meerdere vergunningen noodzakelijk? Beschikt het bedrijf over deze vergunningen of zijn deze aangevraagd? d. Laat het vigerende bestemmingsplan deze activiteit, wel, niet, dan wel tijdelijk of onder voorwaarden, toe? e. Welke (juridische) beperkingen leggen de te beschermen natuurwaarden van en rond de Ertveldplas op?
Antwoord: a. De gebruikte duwbakken zijn in eerste instantie bedoeld voor het vervoer van droge bulkladingen. Informatie van de Inspectie Verkeer & Waterstaat geeft te zien dat het de laatste tijd vaker voorkomt dat dergelijke duwbakken worden gebruikt voor het vervoer en de opslag van natte lading. Het ontbreekt de Inspectie Verkeer & Waterstaat aan een handvat om hier tegen op te treden. De van toepassing zijnde wetgeving stelt dat de duwbaken geschikt moeten zijn voor het vervoer van goederen. Er wordt niet vermeld in welke toestand deze goederen moeten zijn. De duwbakken moeten voorzien zijn van een geldig certificaat. De controle hierop vindt plaats door de Inspectie Verkeer & Waterstaat. b. Aan havengeld is verschuldigd en betaald een bedrag van € 3.600,00 per maand. c. Zoals aangegeven in ons antwoord op vraag 1 is voor de opslagactiviteit een milieuvergunning noodzakelijk. Een dergelijke vergunning is niet verleend en ook niet aangevraagd. d. De uitgevoerde activiteit is strijdig met de gebruiksbepalingen van het ter plaatse vigerende bestemmingplan. Zoals ook aangegeven bij de beantwoording van vraag 1, is ons college niet voornemens vrijstelling te verlenen van dit strijdige gebruik. e. De activiteiten zijn strijdig zijn met de gebruiksbepalingen van het bestemmingsplan. In de afwegingen die in het kader van het bestemmingsplan zijn en worden gemaakt worden ook deze natuurwaarden betrokken. De natuurwaarden zijn voor ons college mede afweging om in het geheel niet te overwegen over te gaan tot het verlenen van een vrijstelling voor dit gebruik. Vraag 5: Uit het persbericht en mijn informatie blijkt dat ook voor de gebeurtenissen van afgelopen week sprake was meldingen van milieuhinder en –schade. Wat heeft het college gedaan om deze te monitoren, de oorzaak weg te nemen en de schade tegen te gaan? Antwoord: Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 3 is op de op 28 april 2010 bij de Melddesk ingekomen klacht direct gereageerd en onderzoek opgestart. Nader ingewonnen informatie heeft ons duidelijk gemaakt dat eerder telefonisch klachten zijn ingekomen bij de havenmeester. Op basis van die klachten, die betrekking hadden op stankoverlast en de ligging van de duwbakken, is gereageerd met het verplaatsen van de duwbakken. Daarbij is beoordeeld dat de klachten afdoende waren afgedaan. Naar nu kan worden vastgesteld is dit niet het geval geweest. Vraag 6: Op dit moment is kan nog geen zekerheid gegeven worden over de uiteindelijke milieuschade. Het gemeentelijke persbericht is hierover wellicht te optimistisch. Immers op de lading op de bodem zullen chemische en biologische processen inwerken en er is wel degelijk stroming die mogelijk tot verplaatsing van delen van de zich ontbinnende vracht zal leiden. Zoals uit het persbericht van de watersportvereniging blijkt werd ook bi een eerder lekincident bij een ander bedrijf de milieuschade pas veel later duidelijk – vissterfte. Is het college bereid om in overleg met het waterschap de mogelijke milieugevolgen langer dan het moment tot de gezonken lading is gebaggerd, en wellicht ook anderen (milieuorganisaties, bewonersvereniging woonboten) bij te betrekken. Antwoord: Niet alleen ten tijde van de calamiteit, maar ook tijdens het optillen van de duwbak en nadien zijn door het Waterschap op verschillende waterdiepten zuurstofmonsters genomen. Deze monsters geven geen afwijkende waarden aan. De monsters zijn op diverse plaatsen genomen, zowel stroomopwaarts alsook direct nabij de gezonken duwbak. Met het uitbaggeren van de bodem is het tarwezetmeel verwijderd. Het waterschap heeft op 31 mei 2010 hierop een visuele inspectie uitgevoerd. Duikers hebben met onderwatercamera’s de bodem geďnspecteerd. Bij deze inspectie is vastgesteld dat er vrijwel geen tarwezetmeel meer aanwezig is op de bodem van de Ertveldplas. Op een enkele locatie van circa 10 m2 is nog een restlaag aanwezig met een dikte van circa 15 cm. Ook na het baggeren zijn door het Waterschap op een aantal momenten per dag en op meerdere locaties in de Ertveldplas metingen uitgevoerd naar het zuurstofgehalte. Daaruit is gebleken dat er geen zuurstofloosheid is opgetreden. Aangezien er op dit moment geen bedreigingen voor de waterkwaliteit meer is en deze voor de toekomst ook niet wordt verwacht is langer en uitgebreider monitoren niet opportuun. Ons college zal daartoe ook geen stappen ondernemen zoals door u verzocht. Ook het Waterschap beoordeeld de calamiteit als afgedaan. Vraag 7: Kunt u een indicatie geven van de kosten en wie deze kosten gaat dragen? Antwoord: Door de gemeente zijn naast personele kosten geen kosten gemaakt. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geďnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch, De secretaris, De burgemeester, mr. drs. I.A.M. Woestenberg mr. dr. A.G.J.M. Rombouts Post een reactie
|
|
||||||||||||
Reacties