|
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
| |
|||||||||||||
|
maandag 20 september 2010 Tram "Peter", zei een GroenLinkslid tegen mij, "Je moet met die tram doorgaan - de afgelopen vakantie was ik in Italie en langs de Belgische kust en de trams daar: echt geweldig!". Het toeval wilde dat ik net een afspraak had gemaakt met de Eindhovense voorvechter van de tram met een eigen site. Slecht nieuws daar. Het SRE (ik vergeet altijd waar dat voor staat: Samenwerkingsverband Regio Einhoven) had de tram na twee onderzoeken definitief van de rails laten lopen (sorry, flauwe beeldspraak). Hoe anders in Groningen. Daar kopte de tramsite veel positiever: "Bureau Goudappel Coffeng heeft berekend dat de exploitatie van de RegioTram in het gebruik goedkoper is dan alternatieve vervoersystemen, zoals de bandentram, of (dubbel)gelede bussen. Die zijn in aanleg goedkoper, maar duurder in gebruik, en trekken minder reizigers. Daardoor remmen ze de groei van het autoverkeer minder af. Bussen zijn bovendien aangewezen op het overbelaste wegennet, rond de stad Groningen, en in de Groninger binnenstad." Ik heb (helaas denk ik soms als ik er vele uren mee bezig ben) flink in de onderzoeken zitten lezen om erachter te komen hoe deze twee regio's tot zo'n verschillende conclusie komen. Is het het soort regio, de stad-provincie-regio Groningen die mee samenvalt? Zijn het de uitgangspunten? Is het de politieke wil op iets uit te willen komen? Mijn conclusie is dat de uitgangspunten in het SRE (en Brabants beleid) er toe leiden dat de tram er niet gunstig uitkomt. Dat werkt zo. Voor de tram is een minimale vervoersstroom nodig. In Groningen rekenen ze (min of meer) van achter naar voren: we willen meer reizigers in het OV - dus we rekenen het gewenste systeem door met en zonder tram. In het systeem met tram worden andere OV-ritten geschrapt en gericht op de aanwezigheid van de tram. En dan is de exploitatie (inclusief investeringen) interessant (neutraal) en zeer verantwoord vanwege de grote voordelen op gebied van ruimtelijke ontwikkeling, ruimtebeslag en milieu en vanwege de verwachtte extra aantrekkingskracht op reizigers. „Ik heb een jaar lang voor mijn werk op en neer gereisd met de bus van Den Bosch naar Uden”, sprak Peter van Doremalen. „Ik deed er een uur en een kwartier over, enkele reis. Hoe lang doe ik erover in 2015?” Kees Bakker, bedenker van het HOV-plan kon hem geen concreet antwoord geven. Het komt deels omdat het huidige OV in Brabant niet kiest voor taakstellende maximalisering van het aantal te vervoeren reizigers maar vooral voor regionale en stedelijke dekking. Snelheid en intensieve verbinding over krachtige vervoersassen legt het daarbij af tegen brede maar langzame dekking van het hele grondgebied. Een dekking die de laatste jaren afnam omdat als gevolg van bezuinigingen. Afnemende freqentie en schrappen van lijnen speelden haasje over met stijgende prijzen. De acties om tegen weggeefprijzen te gaan rijden trok, zoals te verwachten, geen nieuwe doelgroepen. Het huidige OV-systeem moet mijns inziens doordacht worden vanuit de ambitie om meer reizigers te vervoeren. En dat betekent dat er een nieuwe krachtige laag moet worden toegevoegd langs sterke vervoersassen. Uiteindelijk een tramachtig systeem met buiten de stad een lightrail-karakter. En niet een iets snellere lijn langs een iets langzamere en een andere lijn die helemaal wordt afgeknepen. En wat er op korte termijn moet gebeuren? Denk tram - doe bus. De huidige HOV-ideeen van provincie en regio's (Noordoost en SRE) voldoen daar niet aan. Post een reactie
|
|
||||||||||||
Reacties