|
|
|||||||||||||
|
|||||||||||||
| |
|||||||||||||
|
donderdag 16 september 2010 Wonen 2 Weer wat verder gelezen en meer wijzer geworden. En vooral wat meer helderheid gekregen. Want het is een complex veld hoor. Ik had mijn post over de uiteenlopende cijfers voorgelegd aan het bureau G&P, en kreeg antwoord. (zie onder) Het komt er op neer dat ze zich vooral (lees alleen) hebben gebaseerd op de cijfers van het afgelopen half jaar. Dat lijkt me wiebelig en de betrouwbaarheid niet doen toenemen, maar goed. Ook bij het cijfer over het aantal huur- en koopwoningen kan je vragen stellen. Ze stellen dat het aantal huur-eengezinswoningen onder de € 1000 / maand en koopappartementen en koopeengezinswoningen onder de € 150.000 op de Funda-site op 10 juni 2010 in totaal 46 is en dat dit dus bij lange na niet voldoende is om de meer dan 200 huishoudens te huisvesten. Dat lijkt me ook wel erg wankel onderbouwd. Je mag hopen dat er in de loop van het jaar huizen worden verhuurd en verkocht en dat er ook bijkomen. Dus als dat vier keer per jaar een heel nieuw aanbod oplevert zijn er wel genoeg woningen. Waarom het ruime aanbod huurappartementen niet is opgenomen in het overzicht duidt er ook op dat men wel erg op zoek is naar cijfers om het gestelde (vooronderstelde) te onderbouwen. En het gaat om huishoudens vanaf 33.000. Voor elke 1000 euro daarboven neemt het aantal woningen waaruit kan worden gekozen toe. Terug naar de politiek: De kernvraag is of het toelaten van een extra groep op de sociale huurmarkt niet zal leiden tot nog langere wachtlijsten voor de groep met de lagere inkomens. Met die vraag ga ik maar eens op pad. Heel relevant is wat het huidige woonbeleid daarover meldt: (antwoord op mijn opmerking van vorige week) Bij de toewijzingen gaat het specifiek over percentage woningen dat wordt toegewezen aan huishoudens met een belastbaar inkomen boven € 33.000,-. Rigo vermeld op basis van cijfers van Woonservice dat dit percentage stijgt van 13% in 2006 naar 17% in 2009 (p. 34). In het rapport van GenP wordt op basis van de cijfers van Woonservice én door de corporaties geregistreerde toewijzingen in de periode januari-juni 2010, verondersteld dat dit percentage thans 20% bedraagt (p. 26). De halfjaarcijfers over 2010 acht GenP van groot belang, omdat de corporaties na het uitkomen van de Europese beschikking over staatsteun, de inkomens van huurders bij toewijzing in onderlinge afspraak nauwlettender zijn gaan registreren. Vanwege de betrouwbaarheid is door GenP dan ook meer nadruk gelegd op de geregistreerde toewijzingen over het eerste halfjaar van 2010. Dit verklaart dan ook het verschil tussen de uitgangspunten in het rapport van Rigo en het rapport van GenP. Post een reactie
|
|
||||||||||||
Reacties